raymond van het groenewoud slaat beeld van verlegen jongen aan diggelen
'Bescheidenheid is me volkomen vreemd'
Bron: De Morgen door Bart Steenhaut

Raymond van het Groenewoud zit op het drukste terras van Brussel, maar niemand valt hem lastig. Heel af en toe wuift er iemand of wisselt hij met gehaaste voorbijgangers een glimlach uit. Verder valt de zanger met de grootste karakterkop van Vlaanderen niet op in de massa. Er is een nieuwe dvd en een verzamel-cd die Ballades heet. 'Een aanleiding om wat over het verleden te ouwehoeren', zo zegt hij zelf. En dat doen we. Over Jos Ghysen, het BV-schap, zijn reputatie als vrouwengek en de hardnekkige heroïneverslaving waar de Nederlandse Vlaming naar verluidt al jaren mee kampt. 'In de rock kun je maar beter bekennen dat je zwaar aan het spul zit. Dat komt beter over dan zeggen dat je enkel koffie drinkt.'

Raymond is een innemend man. Volgend jaar wordt hij 55, maar hij is er op merkwaardige wijze in geslaagd het kind in hem te bewaren. Toch geeft hij toe dat het hem vandaag niet meer zo goed afgaat om iets springerigs en vrolijks te schrijven. "Mijn adrenaline functioneert nu anders dan toen ik twintig was", zegt hij. "Toen ontbrak het me aan maturiteit om een geloofwaardige ballad te schrijven. Nu is het andersom. De klemtoon verlegt zich. In die zin hebben mijn platen de waarde van een foto-album. Ik heb die Ballades-cd onlangs beluisterd, maar na de eerste tien, twintig seconden van herkenning spoelde ik toch door. Je eigen innerlijke leven checken is heel wat anders dan het werk van iemand anders bekijken. Een kok die tien jaar eten staat te maken en in zijn keuken het werk delegeert gaat niet nieuwsgierig de schotels opeten. Die checkt gewoon of alle gerechten smaken zoals hij ze voor ogen had."

Je productiviteit is gevoelig afgenomen. Ballades is je eerste cd in drie jaar en er staat nauwelijks nieuw materiaal op.

"Daar is deze keer een simpele verklaring voor: er is een vers vaderschap aan te pas gekomen, en ik zat in een situatie waarin ik niet kon zeggen dat moeder maar moest pamperen terwijl ik zelf weer de baan op ging en nieuwe liedjes maken. Ik heb ditmaal intensief deelgenomen aan de beslommeringen van het ouderschap. Na een halve dag met zo'n kleine weet je het wel. Dan zeg je niet: ik ga de andere helft van de dag wat liedjes schrijven. Dan kruip je in je zetel om te bekomen."

Maar inmiddels is het verlangen om te schrijven weer terug?

"Ja. Ik noteer weer wat zich in mijn hoofd afspeelt wanneer ik 's nachts moet opstaan om te pissen. Meestal komt er op dat soort momenten uit het niets een melodie aanwaaien, en als die er dan toch is, kan ik ze net zo goed opschrijven. Al die muziekjes zijn cadeaus en ik voel nog steeds blijdschap omdat ze blijven komen. En waar het teksten betreft, stoot ik in mijn leven regelmatig op onderwerpen waar ik het toch nog wel eens in een liedje over wil hebben."

Geef eens een voorbeeld. Wanneer heb je het laatst gedacht: hier wil ik iets over kwijt?

"Toen ik vaststelde dat Clear Channel bestond, kreeg ik de kinderlijke goesting om een nummer te schrijven dat 'Weg met Amerika' heet. En dat mag je dan nadien niet afzwakken, vind ik. Als je zo'n titel in de eerste zin al gaat nuanceren, weet op de duur niemand nog waar je het over hebt."

Toen je 40 werd, zag je jezelf op je 55ste rustig in de Provence zitten, in de schaduw van een olijfboom, met koffie en cognac binnen handbereik. Verhuis je volgend jaar?

"Nee. Intussen ben ik erachter dat alle mensen die dromerig naar het zuiden van Frankrijk vertrekken na een aantal jaar weer terugkomen omdat ze zich daar toch niet zo thuis voelden als ze stilletjes gehoopt hadden. Ginds gaan settelen lijkt me dus geen optie meer, maar ik wil wel meer reizen. Ik heb regelmatig boyscout-ideeën, waarin ik me voorneem met de rugzak de wijde wereld in te trekken. Eén keer heb ik me door een geliefde laten meeslepen, naar Peru en Bolivia, – van die landen kan ik nu zeggen dat ik er écht geweest ben. Ik heb er ook een liedje aan overgehouden, 'Machu Picchu', al bij al dus een positieve ervaring."

Kom je van zo'n reis verrijkt terug?

"Dat wel, al voel ik verder niet de drang om morgen mijn rugzak opnieuw klaar te maken. Daar ben ik dan toch te veel een kasplantje voor. En eerlijk gezegd, ik ga liever naar landen waar men me niet onmiddellijk als een toerist herkent. Ik heb er genoeg van dat er meteen een percentage mensen met uitgestoken hand op je afstapt. Daarvoor ga ik niet op vakantie, dus ik blijf meestal gewoon in Europa. Daar verdwijn je heel gemakkelijk in de massa."

Als kind was je in je hoofd al bezig met wereldberoemd te zijn. Maar eens het zover was, hield je er een kater aan over. Begin jaren tachtig ben je zelfs een tijdje gestopt. Wat is er fout gelopen?

"De kwaliteit van mijn leven had eronder te lijden, en dat was het me niet waard. Ik had me het succes als een roes voorgesteld. Een beter woord heb ik er niet voor. The Beatles gaven mij een roes, en dat wilde ik ook kunnen. Het heeft lang geduurd voor ik tussen de regels kon lezen hoe vernederd zij zich soms als grote helden voelden wanneer ze – ik zeg maar wat – naar een receptie op de Filippijnse ambassade moesten. Daarom vind ik Vlaanderen zo prettig. Hier blijft het al bij al allemaal zeer gezapig."

Hoe ga je om met het BV-schap? Je hebt er niet halsreikend naar uitgekeken, neem ik aan.

"Ik vind dat ik behoorlijk met rust word gelaten. En ik heb ook wel geleerd om niet al te kinderachtig te doen wanneer een of andere halve aap zijn debiliteiten op je loslaat. Ik accepteer nu dat er halfapen bestaan, en probeer zo weinig mogelijk tijd aan hen te verliezen. Vandaag zie ik trouwens vooral de gunstige kanten. Als ik nu een restaurant binnenstap, komt het personeel al wat sneller de kaart brengen. En het valt voor dat ik vanwege mijn bekende kop de beste tafel krijg aangeboden. Ik verlang daar niet naar, maar tegelijk kan ik er moeilijk om jammeren."

Niemand kijkt naar wat er in je bord ligt?

"Jawel, maar alles went. Bovendien bestaat er een soort Vlaming – ik word er gelukkig niet vaak mee geconfronteerd – dat je sommeert naar zijn tafel te komen alsof je een circusaapje bent. De eerste keer dat me dat overkwam, voelde ik een onverkwikkelijk soort woede opkomen. Nu tracht ik me daar zo goed mogelijk bij te amuseren. Liever dat dan een conflict uit te lokken."

Je hebt nooit je zelfbeheersing verloren?

"Neen. Dat ligt niet in mijn aard. Ik ben eerder het type dat alles opkropt, en dan thuis begint te vloeken omdat ik me weer in de doeken heb laten doen."

Je hebt je hits wel eens accidents de parcours genoemd, haltes op weg naar de absolute vrijheid.

"Dat kan ik nog steeds bijtreden. Het interessante aan succes is dat het ook financieel loont. Dat heeft me belet om al te vaak misprijzend te spreken over een liedje als 'Liefde voor muziek'. Ik weet dat er een onmiskenbare swing in dat nummer zit, maar ik beklaag het me nog altijd dat ik dat olé olà-refrein niet door een zoemend gospelkoor heb vervangen. Ik mag daar alleen niet te lang bij stil blijven staan, want in het Vlaanderen waar ik woon, loopt er een grote kudde zoogdieren rond die niet verder komt dan olé olà. Het volstaat om naar een voetbalmatch te gaan, en je weet genoeg. In die context was dat refrein dus wel een voltreffer. En die vrijheid... (denkt na) Voor mij is dat vooral van mijn muziek kunnen leven. En het heeft er wat dat betreft een paar jaar bijzonder hachelijk uitgezien. Al heb ik nooit aan mezelf getwijfeld. Nooit."

Je wist dat wat je deed artistieke waarde had?

"Ja. Ik kon me niet inbeelden dat de mensen daarnaast zouden kunnen blijven kijken. Zo koppig was ik wel. Ik herinner me nog dat ik eigenhandig een brief naar Jos Ghysen heb geschreven. Die werd destijds in Humo verguisd omdat hij alleen maar Duitse schlagers draaide. Maar ik vocht voor mijn bestaan en vroeg hem of hij zich eventueel de moeite wilde getroosten om te beluisteren wat ik op vinyl had uitgebracht, want dat ik het niet gemakkelijk had. Hij heeft zelfs gereageerd, al zat daar toch weer een cynische verwijzing naar dat Humo-artikel in."

Intussen kun je goed leven van je muziek. Heb je nu carte blanche in alles wat je doet?

"Ik heb alleszins niet het gevoel dat er beslissingen boven mijn hoofd worden genomen. Al houdt die carte blanche niet in dat ik alleen nog met een fles champagne naast het zwembad wil liggen. Ik heb hoe dan ook dat onuitlegbare geloof dat ik op de wereld ben gezet om de mensen af en toe een ontroeringske te geven, of ze een pleziertje te gunnen door gezeten achter een piano of begeleid door een rockgroep een nummer te spelen. En dan vind ik niet dat ik het kan maken om gewoon geen zin te hebben. Daar zie ik het nut niet van in."

Er is nochtans een periode geweest dat je een aantal van je bekendste songs doelbewust in de prak speelde.

"Toen ik nog jonger was en andere inzichten had, zal me dat vast wel eens overkomen zijn. Ik wil trouwens best toegeven dat er in de cocktail die Raymond heet ook een slokje tegendraadsheid zit. Maar dat buiten beschouwing gelaten ben ik het publiek toch heel graag ter wille. Als we ons ding doen heb ik liefst dat iedereen die erbij is zich daar lekker bij voelt."

In de oude interviews die ik met je gelezen heb, viel het me op dat je nooit overdreven bescheiden bent geweest. Een erg on-Vlaams karaktertrekje.

"Het doet me plezier dat je dat opmerkt, want ik krijg regelmatig het verwijt dat ik te verlegen ben, terwijl ik dat niet vind. Je hebt dus gelijk: bescheidenheid is me volkomen vreemd. Ik heb dus zeker niet de Vlaamse reflex om me systematisch onder The Beatles of Bob Dylan te plaatsen. Op mijn heel eigen manier sta ik ook op dat niveau. Mocht ik in een Engelstalig land geboren zijn, dan zou me nu een gelijkaardige erkenning te beurt vallen als Leonard Cohen of Lou Reed. Daar ben ik vast van overtuigd."

Met dit verschil dat je in het Nederlands wel een nieuwe vorm van taalgebruik hebt kunnen lanceren.

"Niet mee eens. Ik denk wel dat mijn manier van woordenkramerij zich perfect laat overzetten naar het Frans of het Engels. Die vertolkt mijn aard en mijn ziel en is dus uniek. Mocht ik een Brit zijn geweest, had ik me vast ook afgevraagd waarom een liedjestekst nooit anders geformuleerd werd."

Wat voor een relatie heb je inmiddels met de vrouwen over wie je geschreven hebt: Danielle, Zjoske, Maria, Bleke Lena...?

"Dat zijn mensen van vlees en bloed, maar zelf zie ik ze inmiddels toch meer als symbolen voor de vrouw als archetype. En ik kan niet ontkennen dat vrouwen een belangrijke drijfveer in mijn leven zijn. Anders had ik ze in mijn liedjes ook nooit zo fysiek benaderd. En dat ging in het Vlaanderen van de jaren zeventig niet onopgemerkt voorbij. Bij het gemiddelde gezin in de kleine dorpjes van Vlaanderen werd ik meteen 'de zanger van die vieze liedjes'. Ach, ik verwacht niet dat iedereen me perfect kan inschatten. Gerard Reve heeft ooit een hilarische brief aan Simon Carmiggelt geschreven waarin hij schetst hoe een doorsnee gezin op zijn dood zou reageren: als die homo met zijn rare boeken, waarna ze prompt een paar verkeerde titels citeren."

Hoe zou de man in de straat op jouw overlijdensbericht reageren?

"Als die gast voor wie geen enkele vrouw veilig was. Dat hoor ik in mijn Brugs provinciestadje tenminste vertellen."

Die reputatie heb je tot ver buiten Brugge.

"(kijkt op) Wel, qua vertekening kan dat tellen. Ik wil niet beweren dat ik de vroomste aller Vlamingen ben, maar als ik dan – met respect, hoor – denk aan al die gasten die geen BV zijn maar de ene verovering aan de andere rijgen omdat ze daarvoor gemaakt zijn, vind ik het ongelofelijk dat uitgerekend ik met dat beeld zit opgescheept. Ik weet wel waar dat vandaan komt, hoor. Als je openlijk de liefde voor de vrouw in je liedjes bezingt, vraag je er natuurlijk om. Bovendien besef ik dat heel wat mevrouwen een boontje voor me hebben, maar dat wil niet zeggen dat het daarom elke keer bingo was."

Nog een hardnekkig gerucht: je zou een verwoed heroïnegebruiker zijn.

"Dat is een mythe die ik zelf nog mee in stand zou durven houden. Ik weet namelijk dat je in de rocktraditie maar beter kunt bekennen dat je zwaar aan het spul zit in plaats van te zeggen dat je overdag enkel koffie drinkt, en 's avonds een glaasje wijn. Qua imagebuilding schiet je daar niet mee op. Als ik te lang bij dat soort verhalen stilsta, kan ik daar erg zwaarmoedig van worden, maar tegelijk denk ik: ieder diertje zijn pleziertje. Eerlijk gezegd: ik denk dat driekwart van Vlaanderen me moeiteloos onder tafel drinkt."

Denk je wel eens aan stoppen, of zie ik je op je 75ste nog steeds op het podium staan?

"Ik heb alleszins het gevoel dat het me deugd zou doen om van mijn beroep weer mijn hobby te maken. In beide gevallen speel ik muziek, maar nu zijn er bij alles wat ik doe een boel mensen betrokken. Ik zou meer naar het losse-floddersysteem willen evolueren, ook omdat ik me dat inmiddels financieel kan veroorloven. Pin me er niet op vast, maar dat is hoe ik momenteel mijn toekomst zie."

Ballades van Raymond van het Groenewoud verschijnt morgen bij EMI.